‘Nu zorgen dat we als artsen nieuwe informatie ook benutten voor behandeling patiënt’

Lot Devriese, internist-oncoloog UMC Utrecht, specialisatie hoofd-hals oncologie en vroeg-klinisch onderzoek en local Principal Investigator (PI) voor de DRUP-studie (CPCT).

‘Het is een geweldige ontwikkeling dat Hartwig de genetische mutaties van een tumor in kaart brengt en een rapport per patiënt levert. Als uit het patiëntrapport blijkt dat er genetische mutaties zijn, dan wil je als arts natuurlijk weten: Is die verandering relevant? Welke genen zijn bepalend bij de tumor van deze patiënt? En het allerbelangrijkste: wat zijn daarvan de gevolgen voor de behandeling?

Relevantie voor patiënt
Wij ontvangen voor onze patiënten patiëntrapporten van Hartwig Medical Foundation. Daarnaast krijg ik als local PI ook vragen van collega’s over het rapport. We hebben nog veel te leren over wat relevante informatie is. In het wekelijks overleg van de Multidisciplinaire Expert Board (MEB) van het CPCT bespreken we de verzamelde vragen en casussen. Als geïdentificeerd is wat de meest relevante mutaties in de tumor zijn, kun je ook bespreken welke studies het meest voor de hand liggend zijn voor deze patiënt.

Een aantal patiënten uit het UMCU zitten in de DRUP-studie. We bekijken nu of bijvoorbeeld patiënten met tumoren met een verhoogde mutational load voordeel hebben van immunotherapie.

De toekomst
Over de effecten voor patiënten, is nog weinig te zeggen. Maar dit is sowieso de toekomst, we zullen steeds meer kunnen, moeten en willen weten over de klinische relevantie van specifieke mutaties of tumorkenmerken. Patiënten die meedoen zijn erg gemotiveerd. Hen wordt gevraagd om deel te nemen aan een studie en dat betekent dat ze vaker naar het ziekenhuis moeten en voor de DNA-analyse van Hartwig wordt ook een tumorbiopt afgenomen. Hoewel het per patiënt verschilt hoeveel verwachtingen patiënten hebben op het effect voor hun eigen ziekte, valt wel op dat iedereen graag mee wil doen. Ook om hopelijk voor andere, toekomstige patiënten iets te kunnen betekenen.

Als we vijf jaar verder zijn, hoop ik en verwacht ik dat we in MDO’s deze kennis van moleculaire veranderingen in de tumor optimaal kunnen benutten, dat de uitslagen en analyses in het MDO van ieder tumortype automatisch verwerkt worden. Uit de data en de analyses zal steeds meer informatie komen die we direct kunnen gebruiken voor de reguliere behandeling van patiënten.

 

Leren met z’n allen
Nu benutten we veel informatie over de tumor nog niet omdat we tot voor kort niet zo uitgebreid konden kijken zoals we nu wel kunnen met de data van Hartwig Medical Foundation.

We moeten met z’n allen zorgen dat de informatie die er nu is en nog zal komen, ook echt resulteert in relevante verbetering van de behandeling van patiënten. Dat betekent dat we samen zullen moeten, en willen, leren, en dat we elkaar – allemaal met onze eigen expertise – goed weten te vinden.  Binnen DRUP werkt dat heel goed en wordt alle kennis goed benut en gedeeld.’

Deel dit bericht: