Aanwijzingen dat therapie met Olaparib werkt bij patiënten met BRCA1/2-veranderingen

Onderzoekers hebben het sterke vermoeden dat patiënten met kanker, waarbij een volledig verlies van BRCA1/2 in de tumor is gebleken, baat kunnen hebben bij de behandeling met de PARP-remmer Olaparib. Resultaten van het DRUP-onderzoekscohort werden door Hanneke van der Wijngaart, arts-onderzoeker bij Amsterdam UMC, gepresenteerd tijdens ASCO 2020.

Het was reeds bekend dat PARP-remmers effectiviteit kunnen hebben bij BRCA geassocieerd mamma- en ovariumcarcinoom. Opmerkelijke uitkomst van het thans verrichte onderzoek was dat er clinical benefit werd gezien bij patiënten met verschillende soorten kanker, met zowel somatische BRCA-mutaties als kiembaanmutaties. Uitsluitend patiënten met een volledige inactivatie van BRCA hadden baat bij de behandeling, zo blijkt uit een analyse van de whole genome sequencing data van deze patiënten.

Hanneke van der Wijngaart, arts-onderzoeker Amsterdam UMC

Het onderzoek is gedaan onder 27 patiënten, waarvan er 24 evalueerbaar bleken. De onderzoekers concluderen dat het wenselijk is om in een groter onafhankelijk cohort binnen DRUP deze sterke vermoedens te onderzoeken en hopelijk te bevestigen.
De groep heeft de bevinding gepresenteerd op het virtuele ASCO congres van 29 tot en met 31 mei 2020.

DRUP (Drug Rediscovery Protocol) is een nationaal onderzoek van het CPCT (Center for Personalized Cancer Treatment) naar de effectiviteit van het koppelen van tumorkenmerken en gerichte anti-kankermedicijnen. 35 Nederlandse ziekenhuizen nemen deel aan het onderzoek. Hartwig Medical Foundation is partner van het CPCT en voert uitgebreide DNA-testen uit op tumorweefsel en bloed.