GENAYA – Veelgestelde vragen

De vragen op deze pagina zijn afkomstig van behandelend artsen. De antwoorden zijn daarom technisch/medisch inhoudelijk.

Waarom is afname van tumorweefsel op ijs nodig? Kan dit ook op formaline?

Net als in de CPCT-studie, dient tumorweefsel voor WGS in het kader van GENAYA direct te worden opgeslagen op ijs. De reden om te kiezen voor ‘fresh-frozen samples’ in plaats van de voor andere indicaties reguliere ‘formalin-fixed paraffin-embedded’ (FFPE) methode berust op bekende beperkingen op moleculair niveau wanneer formaline wordt gebruikt voor DNA-diagnostiek in het algemeen. 

Enerzijds leidt formaline tot verminderde bruikbaarheid van het weefsel, doordat het DNA door crosslinks met formaldehyde gedeeltelijk kan denatureren waardoor het minder bruikbaar wordt om WGS op toe te passen. Daardoor kan de benodigde hoeveelheid DNA voor een betrouwbaar resultaat in het gedrang komen. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat men bij opslag op formaline vaker sequentie-artefacten, waarbij basenparen verwisseld raken, wat kan leiden tot fout-positieve uitslagen wanneer vervolgens WGS wordt toegepast (Do & Dobrovic, 2015 ; Chong et al, 2021).

Kort gezegd zit de toegevoegde waarde van op ijs opgevangen weefsel dus vooral in het behouden van de kwaliteit van het weefsel waar sequencing op toegepast moet worden, en heeft formaline nadelen waardoor dit weefsel minder geschikt maakt om WGS toe te passen. Omdat de ervaring leert dat eenmaal ingevroren biopten zich minder goed lenen om te ontdooien om hier later nog sommige kleuringen op toe te passen, is het advies wel om één van de afgenomen biopten direct als FFPE op te werken, en de rest in te vriezen. In het logistiek overleg met de pathologie wordt om die reden ook altijd aandacht besteed aan de manier waarop dit deel van het proces vorm moet worden gegeven om de juiste manier van opslag van weefsel mogelijk te maken.

Er wordt zowel WGS toegepast op tumorweefsel als op bloed, krijg ik in het OncoAct rapport dan ook uitsluitsel over kiembaanmutaties die predisponeren voor kanker?

Nee, dat uitsluitsel wordt niet gegeven. Hoewel bij WGS het DNA van de kiembaan wel wordt gesequenced op basis van cellen in het bloed, is dit uitsluitend bedoeld als onderdeel van tumordiagnostiek. DNA uit bloedcellen dient daarbij als controle voor de kiembaan om somatische mutaties van de tumor te kunnen identificeren. Eventuele ‘actionable’ kiembaanmutaties worden daarbij wel opgespoord en gerapporteerd waar die van belang zijn voor de behandeling.

Het is Hartwig echter wettelijk gezien niet toegestaan uitsluitsel te geven over de aanwezigheid van predisponerende genen. Dat is bepaald in de Wet op bijzondere medische verrichtingen (Art. 18 Wbmv); alleen met vergunning van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is het een instantie toegestaan om klinisch-genetisch onderzoek te doen specifiek gericht op aangeboren c.q. erfelijke afwijkingen, of om erfelijkheidsadvisering te verlenen. Indien er echter op basis van bevonden afwijkingen aanwijzingen zouden zijn voor een kiembaanmutatie die mogelijk van klinisch belang kan zijn, zal vanuit Hartwig het advies aan de behandelend arts zijn om de patiënt te verwijzen naar de afdeling Klinische Genetica van het betreffende ziekenhuis. Het is hen uiteraard wel wettelijk toegestaan deze onderzoeken en advisering aan te bieden. Desgewenst kunnen zij dan op aparte aanvraag gebruik maken van de ruwe WGS-data die Hartwig reeds heeft verkregen van de patiënt.

Is GENAYA een WMO-plichtig onderzoek?

Nee, want GENAYA is feitelijk geen ‘onderzoek’. De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen definieert wetenschappelijk onderzoek als ‘medisch-wetenschappelijk onderzoek waarvan deel uitmaakt het onderwerpen van personen aan handelingen of het opleggen aan personen van een bepaalde gedragswijze’ (Art. 1b WMO).

In het geval van GENAYA is het belangrijk om te beseffen dat het geen extra onderdeel in het diagnostisch proces voor de patiënt betreft. Op het moment dat een patiënt in aanmerking komt voor WGS in het kader van GENAYA, wordt immers gebruik gemaakt van het biopt dat de behandelend arts sowieso al nodig zou hebben om eventuele afwijkingen of veranderingen in biomarkers vast te stellen en een passende behandeling voor te schrijven. Er is geen aanvullende, invasieve diagnostiek waaraan de patiënt wordt onderworpen anders dan datgene wat reeds de logische vervolgstap zou zijn. Dat maakt GENAYA dus ook een ‘project’ en niet een ‘studie’.

Meer weten?

Jeffrey van Putten, arts-onderzoeker GENAYA, j.vanputten@hartwigmedicalfoundation.nl, 020 235 2640

Hilde Nienhuis, internist-oncoloog, coördinator GENAYA, h.nienhuis@hartwigmedicalfoundation.nl, 020 235 2640

Terug naar GENAYA

Algemene contactgegevens Hartwig Medical Foundation

Meer weten over de complete DNA-test?

Ga naar OncoAct.nl