De rol van moleculaire diagnostiek bij sarcomen

Tussen wetenschap en praktijk
De inzet van moleculaire diagnostiek bij sarcomen staat internationaal volop in de belangstelling. Recente studies¹ laten zien dat uitgebreide genoomanalyse in een deel van de gevallen leidt tot een aangepaste diagnose of nieuwe behandelopties. Tegelijkertijd is de gangbare consensus² onder experts dat NGS en WGS vooral aanvullend worden ingezet: gericht, in situaties waarin deze technieken daadwerkelijk iets toevoegen.
In de dynamiek tussen wetenschappelijke inzichten en doelmatig klinisch gebruik spraken we met twee sarcoomspecialisten van het LUMC, een erkend expertcentrum voor wekedelen- en botsarcomen: Prof. dr. Judith Bovée, patholoog, en Prof. dr. Hans Gelderblom, medisch oncoloog en hoofd van de afdeling Medische Oncologie.
Moleculaire diagnostiek in de dagelijkse praktijk
Voor Judith Bovée is de plaats van moleculaire diagnostiek in de sarcoomzorg helder: het is een nuttige aanvulling op de klassieke pathologie, maar de microscoop blijft de basis. Sarcomen zijn zeldzaam en zijn genetisch divers, waardoor moleculaire diagnostiek bij een deel van de tumoren veel waarde kan hebben.

Bovée legt uit: “Moleculaire diagnostiek wordt vooral ingezet wanneer de diagnose niet met zekerheid op basis van histologie kan worden gesteld, of wanneer een tumor wordt gekenmerkt door een specifieke fusie of mutatie. Bij een deel van de wekedelen- en botsarcomen helpt dat echt om tot een juiste classificatie te komen, zoals bijvoorbeeld bij rondcel sarcomen, waar je er zonder moleculair onderzoek er meestal niet helemaal uit komt.”
Volgens Bovée verschilt de inzet per tumortype. “Bij sommige tumoren doen we NGS routinematig – GIST is daar een goed voorbeeld – bij andere juist niet. En aanvullende moleculaire diagnostiek doen we vaak in overleg met de oncoloog, als er ook therapeutische consequenties kunnen zijn.”
Expertise en ervaring
Bovée benadrukt hoe belangrijk ervaring is bij het beoordelen van zeldzame tumoren. “In gespecialiseerde centra zien pathologen veel sarcomen en wordt gerichter getest. Je grijpt minder snel naar een test ‘uit voorzorg’. Buiten de referentiecentra wordt moleculair onderzoek soms juist laagdrempelig aangevraagd om onzekerheid op te vangen. Terwijl juist daar goede triage en overleg belangrijk zijn. Je wilt testen wanneer het nodig is, niet omdat het kan.”
Wat maakt iemand een expert? “Niet het aantal sarcoom casus dat een patholoog ziet, maar structurele betrokkenheid bij de sarcoomzorg. Er zijn geen harde aantallen. Maar je moet bij voorkeur werken in een referentiecentrum, deelnemen aan het multidisciplinair overleg en frequent sarcomen beoordelen. Alleen dan bouw je de ervaring op die nodig is om deze zeldzame tumoren goed te diagnostiseren.”
Diagnostische her-classificatie
Uit de genoemde recente studies blijkt dat uitgebreide genomische profilering in 8–12% van de gevallen leidt tot een aangepaste diagnose. In de meeste situaties heeft een herclassificatie geen directe gevolgen voor de behandeling, maar bij een kleine subgroep doet het er wel degelijk toe. Hans Gelderblom herkent dat beeld: “Voor de meeste patiënten verandert er niet veel, maar voor die paar procent bij wie het wél iets uitmaakt… ja, je zal er maar bij zitten als patiënt.”

Behandelperspectief
Gelderblom benadrukt dat moleculaire diagnostiek pas betekenisvol wordt wanneer er een systemische behandelindicatie bestaat. “Heel veel sarcomen behandelen we helemaal niet systemisch. Die worden lokaal behandeld, met chirurgie of radiotherapie. In zo’n situatie heeft uitgebreid testen voor detectie van therapeutische targets weinig toegevoegde waarde.
Wanneer er wel een indicatie bestaat voor systemische therapie, komt moleculaire informatie in beeld. “Het is echt case-by-case. Je kijkt naar de fitheid van de patiënt, of een behandeling realistisch is, en we bespreken het altijd in het MDO. De vraag is dan: verwacht je dat er iets uit kan komen dat relevant is voor deze patiënt? Past het bij het klinische beeld?”
Nederland heeft een aparte betaaltitel voor bredere diagnostiek, waaronder brede NGS met fusiepanel of WGS, die ruimte biedt om verder te kijken dan standaard paneldiagnostiek. Juist omdat deze afweging zo specifiek per patiënt is, pleit Gelderblom voor centralisatie van zorg. “Bij gevorderde sarcomen hoort deze discussie in een expert-MDO, samen met de patholoog. Zo kun je goed inschatten of moleculaire diagnostiek zinvol is en voorkom je onnodig tijdverlies.”
Moleculaire diagnostiek kan bovendien helpen bij toegang tot studies of vergoedingen. “Bij bepaalde angiosarcomen, zeker als de mutational burden hoog is, kan zo’n uitslag helpen om toegang te krijgen tot een trial of een behandeling vergoed te krijgen,” aldus Gelderblom.
Geschikt weefsel
Een praktische beperking voor bredere inzet van WGS is de beschikbaarheid van geschikt weefsel. Niet elk ziekenhuis kan vers of bevroren materiaal verwerken, terwijl dat voor sommige diagnostiekvormen noodzakelijk is. Referentiecentra hebben dit doorgaans goed georganiseerd; elders is dat soms lastiger. Dit illustreert volgens beide experts hoe belangrijk centralisatie en uniformiteit zijn.
De rol van tijd
Zowel Bovée als Gelderblom onderstrepen het belang van de doorlooptijd van de testen voor behandelaren, maar vooral voor patiënten. Immunohistochemie kan vaak binnen een dag beschikbaar zijn, panel NGS (DNA en/of RNA) binnen enkele dagen tot een ruime week, terwijl WGS ongeveer twee weken nodig heeft.
Gelderblom: “Het is belangrijk om te vermijden dat diagnostiek zélf de zorg vertraagt. Voor veel patiënten voelt elke dag wachten als een eeuwigheid, en voor behandelaren kan een week al het verschil maken in het wel of niet kunnen starten van therapie. Daarom wordt soms al begonnen met behandelen op basis van histologie en het klinische beeld, en de moleculaire uitslag volgt dan later.”
De doorlooptijden van NGS en WGS worden in Nederland al geleidelijk korter. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met andere en nieuwe sequencingmethoden, die in de toekomst mogelijk tot verdere versnelling kunnen bijdragen. In de dagelijkse praktijk is dat nog niet volledig ingebed, maar de ontwikkeling zet duidelijk door.
Data: waardevol, maar versnipperd
De potentie om van data te leren is groot, maar de praktijk is nog versnipperd. Bovée wijst op technische en juridische obstakels: “Moleculaire uitslagen staan wel in PALGA, maar dit is nog niet overal gestandaardiseerd, daar wordt hard aan gewerkt. Het koppelen van WGS, pathologiegegevens en klinische uitkomsten is uitdagend. In de praktijk is het combineren van data nog een groot obstakel.”
Gelderblom ziet hetzelfde probleem vanuit de behandelpraktijk: “We worstelen al tien jaar met het gebrek aan landelijke registratie. Genomics, pathologie en klinische uitkomsten worden nog onvoldoende aan elkaar gekoppeld, waardoor structureel leren lastig blijft.”
Beiden concluderen dat een landelijke, uniforme integratie van deze databronnen nog ontbreekt, terwijl die essentieel is om de zorg te verbeteren.
Toekomstbeeld: slimmer, sneller en beter ingebed
Gevraagd naar hun ideaalbeeld over vijf jaar schetsen Bovée en Gelderblom een vergelijkbare richting. Ze zien vooral ruimte in het sneller genereren van uitslagen, zodat relevante informatie eerder beschikbaar komt in het zorgtraject.
Gelderblom benadrukt daarnaast het belang van organisatie: “Alle hooggradige sarcomen zouden direct in een expert-MDO besproken moeten worden, met meteen het juiste consent voor diagnostiek en research. Dat maakt het proces veel efficiënter.”
Volgens beiden ligt de vooruitgang niet in meer of breder testen, maar in slimmer, sneller en beter ingebed diagnostisch handelen, met moleculaire diagnostiek als waardevolle aanvulling op zowel de diagnose als de behandelkeuze.
¹ Introduction and impact of routine whole genome sequencing in the diagnosis and management of sarcoma. British Journal of Cancer, 2024.
Comprehensive Genomic Profiling Alters Clinical Diagnoses in a Significant Fraction of Tumors Suspicious of Sarcoma.Clinical Cancer Research, 2024.
Clinical Impact of Prospective Whole Genome Sequencing in Sarcoma Patients. Cancers, 2022.
² Guidelines for next-generation sequencing in sarcoma diagnosis and treatment. JAMA Oncol. 2025
U las een artikel over het onderwerp Moleculaire diagnostiek. Wellicht bent u ook geïnteresseerd in Behandeling op maat, Onderzoek, Wetenschappelijke publicaties of Whole genome sequencing.Alle nieuwsberichten
Lees ook
Structureel verzamelen van data van patiënten kan de zorg voor de patiënten van morgen verbeteren
Op donderdag 25 april 2024, wereld DNA-dag, promoveert Luuk Schipper aan de Universiteit van Utrecht. Zijn promotieonderzoek gaat onder andere …
Binnen de zorg moeten we anders gaan denken over onderzoek
Interview met prof. Dr. Miriam Koopman, internist-oncoloog, hoogleraar colorectale oncologie en dagelijks bestuur Prospectief Landelijk CRC cohort (PLCRC) 7 augustus …
Koos van der Hoeven nieuw directielid Hartwig Medical Foundation
Met ingang van 1 januari 2020 is prof. dr. ir. J.J.M. (Koos) van der Hoeven (‘52) benoemd tot derde directielid …
Een complete DNA-test biedt bij patiënten met PTO de extra mogelijkheid om erachter te komen waar de kanker is begonnen. Hierdoor wordt vaak de primaire tumor toch gevonden. Daarnaast geeft de test vaak aanknopingspunten voor een gerichte behandeling.