Personalised medicine voor alvleesklierkanker: toekomstmuziek?

Patiënten met alvleesklierkanker worden meestal met chemotherapie behandeld. Als hun tumor daar op termijn ongevoelig voor wordt, zijn de behandelmogelijkheden beperkt. Dr. Hanneke Wilmink, internist-oncoloog in het Amsterdam UMC, hoopt in samenwerking met Hartwig Medical Foundation aangrijpingspunten te vinden voor nieuwe therapieën voor alvleesklierkanker. In de toekomst zouden de vooruitzichten voor deze patiëntengroep daardoor kunnen verbeteren.

Dr. Hanneke Wilmink behandelt als internist-oncoloog vooral patiënten met pancreascarcinoom, ofwel alvleesklierkanker. Patiënten met alvleesklierkanker krijgen nu voor het overgrote deel chemotherapie met gemcitabine in combinatie met nab-paclitaxel, of FOLFIRINOX (een combinatie van drie verschillende middelen chemotherapie). Bij alvleesklierkanker die te verwijderen is of die slechts lokaal gevorderd is, leiden deze chemotherapieopties vaak tot goede resultaten. Bij uitgezaaide alvleesklierkanker wordt de tumor er vaak op termijn ongevoelig voor. In dat geval zijn de behandelmogelijkheden beperkt.

Complete DNA-volgorde van de tumor

Tot juli 2018 konden patiënten met alvleesklierkanker meedoen aan een studie van het Center for Personalized Cancer Treatment (CPCT) in samenwerking met Hartwig Medical Foundation, dat de complete DNA-volgorde van de tumor van individuele patiënten bepaalde. Een deel van de patiënten kon vervolgens in het kader van de landelijk DRUP-studie een medicijn krijgen dat nog niet voor deze tumorsoort was goedgekeurd, maar wel zou kunnen werken op basis van de kenmerken van de tumor. In het genetisch materiaal van hun tumorcellen was dan een zogenoemd drugable target gevonden: een mutatie van de tumor waarop een al bestaand kankermedicijn kan aangrijpen.

Nieuwe therapieën alvleesklierkanker

“De inclusiecriteria van de CPCT-02-studie zijn per 1 juli 2018 aangepast. Alvleesklierkanker valt er nu buiten”, vertelt Wilmink. “Alvleesklierpatiënten hadden er echter ook relatief weinig baat bij. Er zijn nog weinig tumorkenmerken bekend waarvoor in het kader van de DRUP-studie een medicijn gegeven kan worden.” Wilmink hoopt op subsidie voor nieuwe studies, zodat er onderzoek gedaan kan worden naar aangrijpingspunten voor nieuwe therapieën tegen alvleesklierkanker.

“We zijn nu bezig met het maken van een protocol om landelijk bij alle patiënten met alvleesklierkanker het DNA te bepalen. Daarbij kunnen we het hele genoom bepalen, dus al het DNA van de tumorcellen. Of we kijken selectief naar een panel van genen, waarbij we alleen zoeken naar mutaties in genen die vaak bij kanker betrokken zijn. We zijn in gesprek met Hartwig Medical Foundation om hierin samen op te trekken.”

Een extra behandeling

Wilmink hoopt dat in de toekomst de behandeling van alvleesklierpatiënten verbeterd kan worden, onder meer door het doen van slimme studies. Dat kan bijvoorbeeld met cohort multiple randomised controlled trials. “Voor de klassieke gerandomiseerde studies heb je grote patiëntenaantallen nodig. Bij dit soort moderne cohortstudies kun je patiënten op basis van bepaalde kenmerken een extra behandeling aanbieden. Deze groep vergelijk je daarna met de rest van de patiënten in de studie. Op deze manier kun je meerdere kleine maar zeer gerichte gerandomiseerde trials parallel laten lopen”, legt Wilmink uit.

Personalised medicine toepassen

Uiteindelijk verwacht ze dat bij 20 tot 30 procent van de patiënten doelwitten in de tumor te vinden zijn waarop een medicijn zou kunnen aangrijpen. “Bij zo’n aantal wordt het interessant om personalised medicine toe te gaan passen. Daarbij bieden we alle patiënten met alvleesklierkanker in de kliniek een uitgebreid DNA-onderzoek aan om te kijken of er bepaalde kankermedicijnen zijn die specifiek werkzaam kunnen zijn bij een individuele patiënt.”

Immunotherapie voor alvleesklierkankerpatiënten

Bij bepaalde tumoren, zoals longkanker en melanoom, heeft de effectiviteit van de behandeling de laatste jaren een vlucht genomen door het beschikbaar komen van immunotherapie. Die zijn gericht op het versterken van de lichaamseigen afweerreactie tegen tumorcellen. “Vooralsnog werken dit soort behandelingen niet bij alvleesklierkanker. Misschien biedt bij alvleesklierkanker een combinatie van behandelingen uitkomst, zoals immunotherapie met chemotherapie, of immunotherapie met een lokale behandeling, zoals bestraling of irreversibele elektroporatie (IRE), maar dat moeten toekomstige studies uitwijzen”, aldus Wilmink.

Het Amsterdam UMC – locatie AMC kent ook het Gastro-Intestinaal Oncologisch Centrum Amsterdam (GIOCA). Voor meer informatie, bezoek de website.